Vandaag is de tweede dag van het hoger beroep in de zedenzaak tegen Ali B. Het Openbaar Ministerie heeft zojuist de strafeis bekendgemaakt. Het OM eist 30 maanden onvoorwaardelijke celstraf voor in totaal twee verkrachtingen.
Twee jaar geleden werd Ali B. veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf. Het OM wil dat daar nu nog 6 maanden bijkomen.
Het Openbaar Ministerie was eigenlijk voornemens om 36 maanden celstraf te eisen, maar komt uit op een lagere straf uit doordat één van de aanklachten tegen Ali niet bewezen kan worden.
Het gaat om de vermeende aanranding van zangeres Jull Helena. Volgens het OM is haar verklaring wel overtuigend, maar ontbreekt het aan voldoende juridisch bewijs voor een veroordeling.
Om die reden is het OM van mening dat Ali B. moet worden vrijgesproken van de aanranding van Helena.
Andere zaken blijven staan
Hoewel dit voor Ali B. een meevaller is, reageerde hij er totaal niet op. Er was niets van enige opluchting te zien op het gezicht van de rapper.
Dat is niet vreemd, want het OM is er namelijk wel van overtuigd dat hij zowel Naomi als zangeres Ellen ten Damme verkracht heeft.
Jill Helena
Tijdens het requisitoir gaf het OM aan dat de verklaringen van Jill Helena geloofwaardig zijn, maar dat er ondersteunend bewijs ontbreekt.
''In hoger beroep is geen nieuw bewijs naar voren gekomen'', zo concludeerde het OM. Wat een grote rol speelt, is dat Jill Helena niet direct aan de bel heeft getrokken.
Pas na lange tijd heeft ze aan haar moeder verteld wat er gebeurd zou zijn. Justitie is van mening dat er daarom niet kan worden voldaan aan de vereiste bewijslast.
Het OM heeft dus om vrijspraak gevraagd aangaande de vermeende aanranding van Jill Helena en dat kunnen we toch opmerkelijk noemen.
Twee jaar geleden, in 2024, vond het OM namelijk wel dat er voldoende bewijs was om Ali te veroordelen voor de vermeende aanranding.
Advocaat reageert kritisch
Sébas Diekstra, die de niet in de rechtszaak aanwezige Helena bijstaat, snapt niet dat het OM nu ineens om vrijspraak vraagt. Hij noemt de eis 'opmerkelijk'.
Diekstra stipt aan dat er sinds het begin van de zaak niets veranderd is aan het beschikbare bewijs. Hij benadrukt dat de verklaring van Helena eerder als betrouwbaar is beoordeeld.
Bovendien, zo merkt Diekstra op, wordt de verklaring ondersteund door andere verklaringen en tevens door terugkerende patronen.
Dat het Openbaar Ministie nu plotseling tot een andere conclusie komt, is volgens Diekstra reden voor vragen.