Vanaf 1 juli aanstaande gaan de huren weer omhoog. Dat is natuurlijk nooit leuk nieuws, maar je kunt in zo'n geval wel maar beter weten waar je aan toe bent. In dit artikel lees je wat er voor jou zal gaan veranderen.
Huurverhogingen zijn niet voor iedereen hetzelfde. Het heeft te maken met het type huurwoning. Soms kan ook het inkomen van je huishouden doorslaggevend zijn.
Daarnaast veranderen er dit jaar ook regels rondom de huurtoeslag. Daardoor kan de financiële impact per huurder flink verschillen.
Sociale huur
We beginnen met huurders die in een sociale huurwoning zitten. Zij krijgen per volgende maand helaas de maximale huurverhoging voor hun kiezen. Dat komt neer op 4,1 procent.
Huur jij een woning die een lagere kale maandhuur van 350 euro heeft? Dan geldt een andere regeling. De verhuurder mag de huur dan met maximaal 25 euro per maand verhogen.
Huur jij een kamer, woonwagen of standplaats? Ook in deze gevallen mag de verhuurder een verhoging doorvoeren van 4,1 procent.
Vrije sector
Voor woningen in de vrije sector geldt iets anders. We spreken overigens van een woning in de vrije sector, wanneer de kale maandhuur minimaal €1.228,08 per maand betreft.
Huurders die in de vrije sector zitten, krijgen een maximale huurverhoging van 4,4 procent voor hun kiezen.
Opgemerkt moet worden dat er in het huurcontract een bepaling moet staan die de jaarlijke verhoging mogelijk maakt.
Als deze niet in het huurcontract staat, is het voor een verhuurder niet zomaar mogelijk om de huur te verhogen. Kijk hier dus goed naar.
Middensegment
Let op: voor huurwoningen in het middensegment geldt dat de maximale huurverhoging al op 1 januari van dit jaar werd vastgesteld op 6,1 procent.
Hogere inkomens kunnen extra verhoging krijgen
Extra wrang is dat er naast de reguliere huurverhoging, ook een inkomensafhankelijke verhoging kan worden doorgevoerd.
Verhuurders van sociale huurwoningen hebben daarbij de optie om te kiezen voor een vast bedrag per maand, in plaats van een percentage.
In de praktijk komt dat neer op het feit dat huishoudens die een hoger middeninkomen hebben, 50 euro per maand extra moeten gaan betalen. Voor huishoudens met een hoog inkomen kan het oplopen tot wel 100 euro per maand.
De Woonbond schrijft dat de inkomensgrens voor een verhoging van 50 euro tussen de 59.500 en de 70.150 euro uitkomt.
Huishoudens die boven de 70.150 uitkomen, kunnen dus rekenen op een verhoging van 100 euro. Je hoeft zelf je inkomen niet door te geven. De Belastingdienst geeft de inkomensgegevens namelijk door aan verhuurders.
Tot slot moet opgemerkt worden dat deze regeling enkel van toepassing is voor zogeheten zelfstandige sociale huurwoningen.
Van huurders van kamers, woonwagens en standplaatsen, is het voor verhuurders niet toegestaan om om inkomensgegevens te vragen bij de Belastingdienst.
Huurtoeslag krijgt nieuwe opzet
Naast de huurverhogingen verandert ook de huurtoeslag. De Belastingdienst heeft een nieuwe manier van berekenen gelanceerd.
Met deze berekening wordt de toeslag geleidelijke afgebouwd, op het moment dat zij meer zullen gaan verdienen.
Daarmee wordt er afscheid genomen van de inkomensgrens. Of iemand recht heeft op huurtoeslag zal afhangen van de persoonlijke situatie. De Belastingdienst kan er een proefberekening op loslaten om dit te controleren.
Iets dat wel blijft bestaan is de vermogensgrens. Begin dit jaar, op 1 januari, mocht het vermogen maar maximaal 38.479 euro bedragen om in aanmerking te komen voor huurtoeslagen. Voor huishoudens met een toeslagpartner ligt dat bedrag op maximaal 76.958 euro.
Maximale huur die meetelt voor huurtoeslag
Bij de berekening van de huurtoeslag geldt in 2026 een maximale huur van 932,93 euro per maand. Voor huurders jonger dan 21 jaar ligt deze grens op 498,20 euro.
Ligt de huurprijs boven deze bedragen, dan rekent de Belastingdienst toch met het maximale bedrag. Is de huur lager, dan wordt uitgegaan van de daadwerkelijke kale huur.