Het kabinet-Jetten wil de AOW-leeftijd nog verder verhogen. Onder de nieuwe plannen kun je straks pas na 71 jaar en 6 maanden met pensioen. En dat zorgt voor laaiende reacties in het land. Niet alleen bij werknemers. Ook vakbonden en werkgevers zien hier niets in.
AOW-leeftijd
Het kabinet ligt op ramkoers met de bevolking. Zoveel is inmiddels wel duidelijk. In tijden waarin menig huishouden de eindjes met moeite aan elkaar kan knopen, wordt het allemaal nog veel ingewikkelder.
Het kabinet denkt dat deze maatregel jaarlijks 2,7 miljard euro op gaat leveren. Dat geld is hard nodig, omdat de AOW steeds duurder wordt.
Dit jaar ligt de AOW-leeftijd op 67 jaar. Vanaf 2028 gaat dat naar 67 jaar en 3 maanden. En nu wil men in Den Haag dat de koppeling wordt aangescherpt.
In andere woorden: De AOW-leeftijd moet straks één op één meestijgen met de levensverwachting, die wordt berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Hoe ouder mensen worden in ons land, hoe langer je dus zult moeten doorwerken. Voor mensen die nu al rond de zestig jaar zijn, verandert er weinig.
De jongere generatie gaat dit echter voelen. Iemand die nu 42 jaar is, zal straks pas op zijn 70e
recht hebben op AOW. Iemand die nu 28 jaar is, moet zelfs wachten tot hij/zij 71 jaar en 6 maanden is.
Van tafel
Werkgevers zijn kritisch op de plannen. Coen van Oostom, voorzitter van VNO-CNW, wil dat het plan zo snel mogelijk van tafel gaat.
In gesprek met De Telegraaf merkt de voorzitter op: ''En doe die ijskast op slot en vries de sleutel in. We hebben genoeg andere problemen.''
Vakbonden kondigden al eerder massale acties aan als het kabinet de plannen niet zou annuleren. Rob Jetten blijft echter optimistisch.
Hij denkt dat een 'sociaal akkoord' tussen het kabinet en werkgevers en vakbonden tot de opties blijft behoren. Wel wordt erop gerekend dat er stevige onderhandelingen aan te pas zullen komen.