Boodschappen zijn tegenwoordig zo duur, dat in je winkelwagentje gooien waar je zin in hebt voor de meeste mensen helaas niet meer mogelijk is. Maar waar zijn boodschappen nou het goedkoopst en waar betaal je het meest?
De Consumentenbond heeft een nieuwe prijsvergelijking gedaan. Daaruit komt naar voren dat er een enorm verschil zit tussen de goedkoopste en de duurste supermarkt.
Voor het onderzoek werden de prijzen van 131 budgetproducten vergeleken bij 13 supermarktketens in ons land.
Dirk en Nettorama de goedkoopste
Uit het onderzoek van de Consumentenbond blijkt dat Dirk en Nettorama het voordeligst zijn voor je portemonnee.
Bij beide supermarkten liggen de prijzen gemiddeld 9 (!) procent onder het gemiddelde van de andere 11 onderzochte supermarkten.
Daarmee hebben beide ketens hun voorsprong ten opzichte van de vorige meting zelfs iets vergroot (een procent).
Ook de Vomar en Hoogvliet behoren overigens tot de goedkopere supermarkten. Bij Vomar liggen de prijzen 8 procent onder het landelijk gemiddelde. Bij Hoogvliet bedraagt dat 7 procent.
Lidl en ALDI leveren terrein in
Bij veel mensen leeft nog steeds heet idee dat Lidl en ALDI het goedkoopst zijn. Dat is echter allang niet meer zo.
Beide supermarktketens zijn nog wel goedkoper dan de gemiddelde supermarkt, maar verliezen toch steeds meer terrein. Sterker nog, de prijzen komen steeds dichterbij het landelijk gemiddelde. En dat baart zorgen.
Servicegerichte supermarkten zoals Jumbo en PLUS zijn gemiddeld iets duurder. Daar staat tegenover dat zij vaak extra diensten aanbieden.
Dan kun je denken aan het thuis bezorgen van boodschappen en bijvoorbeeld een breder aanbod van producten.
Zo werd het onderzoek uitgevoerd
Voor de vergelijking bezocht de Consumentenbond zowel fysieke winkels als webshops van de dertien grootste supermarktketens.
Alleen ketens met minimaal vijftig vestigingen of bezorggebieden én een marktaandeel van ten minste één procent werden meegenomen.
De onderzoekers vergeleken 131 betaalbare producten, zoals rijst, groenten, fruit en andere dagelijkse boodschappen. Daarbij werd steeds gekeken naar het goedkoopste alternatief voor een A-merk.
Dat kon een budgetmerk of een huismerk zijn. Wanneer producten verschillende verpakkingsgroottes hadden, werden de prijzen omgerekend naar dezelfde hoeveelheid om een eerlijke vergelijking te maken.
Keurmerken spelen ook een rol
Niet alleen de prijs was bepalend. Bij onder meer vlees, vis, zuivel, koffie en thee werd ook rekening gehouden met keurmerken.
Ontbreekt een gebruikelijk keurmerk, dan wordt dat product niet meegenomen en kiest de organisatie voor een alternatief dat wel aan de voorwaarden voldoet.
Zo vielen sommige budgetproducten buiten de vergelijking omdat ze geen Beter Leven-keurmerk hadden.